
Maurik is veel soorten huizen rijk. Dit maakt het voor het warmtenet niet heel veel makkelijker. Ieder huis heeft zijn uitdagingen en voordelen. Door hier slim mee om te gaan komen we op een oplossing die voor iedereen werkt. Ook als je wat krapper bij kas zit, of het huis waar je woont niet zelf bezit.
We maken onderscheid in de volgende soorten huizen, kan jij de daarin vinden?
- Oude huizen: Er zijn een paar honderd woningen in Maurik die ‘oud’ zijn. Er is hier een verschil tussen de huizen die gebouwd zijn door de oude baksteen fabrieken (hebben veelal wél een goede spouw), en de woningen zonder spouw.
Een woning met spouw, is te isoleren met spouwmuurisolatie.
Een woning zonder spouw moet óf buitenmuurs, óf binnenmuurs geïsoleerd worden om een ZLT warmtenet mogelijk te maken. Hier is vaak een vergunning voor nodig. We kijken met de gemeente hoe dit makkelijker en goedkoper kan. Het zou immers niet handig zijn als je meer leges moet betalen dan de isolatie van je huis, dan schieten we ons doel voorbij.
Beide type huizen hebben veelal nog dak en vloerisolatie nodig, en mogelijk nieuwe kozijnen. Dit zijn de huizen die het moeilijkst klaar te stomen zijn voor een ZLT. Gelukkig is het leeuwendeel in privé bezit, en worden deze veranderingen al gedaan. Elke isolatie helpt namelijk de energie rekening nu al drastisch naar beneden te halen. Je gaat er dus altijd op vooruit. - Naoorlogse huizen: Het grootste deel van de huizen in Maurik zijn huizen van de afgelopen 50 to 60 jaar. Deze hebben allemaal een spouw, en hebben vaak al dubbelglas of HR+(++) glas. Dit omdat kozijnen van toen inmiddels al vervangen zijn. Soms is er nog wat dak isolatie nodig. Vloer isolatie is niet altijd makkelijk omdat er veelal fundering is op betonplaat. Vaak is dit goed in combinatie te doen met vloerverwarming.
We moeten voor deze huizen, die vaak in hele rijtjes hetzelfde zijn, hoe we als collectief goedkoper de veranderingen kunnen doen. We kunnen het immers goedkoper doen voor 50 gelijke huizen, dan voor ieder huis apart. Dit is ook aantrekkelijker op de markt. - Moderne huizen: Moderne huizen, oftewel met energielabel A of hoger, zijn al helemaal klaar voor een warmtenet. Deze hebben vaak alles wat nodig is voor een gasloze toekomst. Toch is ook voor deze huizen een warmtenet gunstig, omdat de warmtepomp nu met de lucht uitwisselt, en in de toekomst met een ZLT warmtenet. Dit kan veel efficiënter dan met de lucht, wat weer kosten bespaard, en bovendien herrie.
De rest van het huis is al klaar, en de ‘oude’ warmtepompen kunnen doorverkocht worden. - Woningcoorporaties: Niet iedereen bezit zijn eigen huis, een groot deel van de woningen die verhuurt worden zijn eigendom van een woningcoorporatie. We zullen samenwerken met deze coorporaties omdat voor hun een lange termijn business-case voor een ZLT makkelijker te maken is. Er is een grote kans dat je dan juist eerder aan het ZLT zit, omdat grootschalige aanpassingen veelal goedkoper zijn. We moeten dit wel pand voor pand bekijken.
- Huizen aan de rand van Maurik: Sommige huizen zullen aan de rand zitten van Maurik, dan is het het nog maar de vraag of het koppelen aan een ZLT warmtenet wél of niet haalbaar is. Pas als we een wat realistischer ligging van het ZLT warmtenet met de gemeente hebben onderzocht kunnen we kijken welke huizen wél, en welk niet aan het ZLT aangesloten kunnen worden.
- Huizen in het buitengebied: Sommige huizen zitten te ver van de kern van Maurik. Hier is het aanleggen van een warmtenet niet rendabel. Deze zullen dus noodgedwongen een eigen warmte oplossing moeten vinden.
Deze huizen kunnen echter wél nuttig onderdeel zijn van de energie coöperatie. Ze leveren namelijk vaak meer stroom dan ze afnemen, en zijn daarmee ook een deel van de oplossing, en kunnen toch profiteren van onze samenwerking.
Hoe zit dat met de energie? Waar komt die vandaan?
Een belangrijk punt van een ZLT warmtenet is dat de energie die hiervoor nodig is nagenoeg volledig lokaal opgewekt kan worden. Nu is het elektriciteit subnet waar we als Maurik op zitten (OS TIEL 10-2i) óók overbelast. De benodigde netverzwaringen zijn pas klaar in 2033!
In de tussentijd kijken we of we de energie coöperatie, die we nodig hebben voor het warmtenet, óók kunnen inzetten voor het zelf opwekken en verkopen van elektriciteit. Als elektriciteit subnet produceren we namelijk veel meer dan dat we afnemen. Dit zie je alleen al aan het vele aantal zonnepanelen in Maurik. Er is dus stroom genoeg, ook om de benodigde capaciteit van een ZLT warmtenet op te vangen. De vraag is dus vooral, hoe gaan we dat slim doen? Kunnen we er voor zorgen dat we in de winter genoeg energie opwekken om onze warmtevraag op te wekken?
We kijken dus, in het verlengde van het warmtenet, ook naar hoe we de benodigde capaciteit van energie met behulp van opslag kunnen ondersteunen om het slimmer te bekostigen. Deze opslag kan in de vorm elektriciteitsoplaag, zoals de buurtbatterij. Maar ook door opslag van warmte. We onderzoeken of we de elektrictiteit-opwekking in de zomer kunnen gebruiken om een warmtebatterij in de zomer op te laden. Uiteindelijk willen we naar een energie oplossing waar we allemaal maximaal van profiteren, zonder grote risico’s zoals stroomuitval, of overbelasting van het netwerk tegen zo laag mogelijke kosten. Bijvoorbeeld door intern te salderen ten behoeve van warmte. We moeten hiervoor samenwerken als dorpbewoners en samenwerken met de netbeheerder en onze gemeente.